vrijdag 31 januari 2020

Ding #45 Hoe werkt digitaal weggeven?

Ideaal om mannetjes van te maken
Weggeven van 100 dingen op honderd dagen kan op honderd manieren. Zoals het babycadeautje voor de boomkweker, waar ik maar liefst vier dingen in verstopte (dingen 41 t/m 44), of een vaas met bloemen, inplaats van een bos bloemen, voor een vriend, de broodschaal voor in de Tolhuistuin.
Dan het anoniem weggeven: zeepjes 'neem mee' bij de vuilcontainer op de sluis, boeken in het boekenhuisje, nutella bakvormpjes op Rotterdam CS. Of juist aan random onbekenden: in de trein, een fietstas op de pont. Maar één ding had ik nog niet geprobeerd: via facebook weggeefsites.

Ik begin in te zien dat ik me enorm in mezelf vergis, af en toe. Of eigenlijk: veel te vaak. Bijvoorbeeld die doos met stukjes bamboe. Over van een project en al tien jaar schuif ik hem heen en weer op het piepkleine zoldertje van de werkplaats, omdat ik nog steeds geloof dat ik er ooit enorm veel behoefte aan zal hebben. Niet dus.

Ik herinner me een vriend die als hobby de websites zoals Marktplaats digitaal afstruinde, omdat er volgens hem altijd iets bijzonders bij zat, hij selecteerde alleen op 'gratis'. Wat doen mensen veel gratis weg! Vooral banken, boekenkasten, matrassen en andere volumineuze zaken, vaak nog prima, maar iedereen heeft al een bank. of twee, Of drie. Buitenspullen zijn ook vaak gratis af te halen, terrastegels, zand, boomstronken en een gratis haan. Ik hoop nog steeds op een kano.

Dus in mijn honderd dagen project moest ik van mezelf ook eens aan de andere kant gaan staan: gratis aanbieden. Na de ene gouden schaal lukte het me de tweede gratis weg te geven via een lokale site op facebook. Wat zit dat slim in elkaar. je kunt meteen doorplaatsen op andere 'gratis' sites. Mijn doos met kleine stukjes bamboe leek me echter meer rommel dan leuk.

Maar nee hoor. Met de aanbeveling 'leuk om mee te knutselen' waren er wel vijf mensen die de doos graag kwamen ophalen. En ik had ze al bijna in de bak met aanmaakhoutjes gegooid. Ik ben fan. Ik blij, zij blij. Misschien dat ik de volgende 55 dingen wel allemaal op verschillende sites gratis ga aanbieden. Misschien zelfs dingen waar ik later spijt van ga krijgen. Ik word ook zo nieuwsgierig naar die mensen die het komen ophalen. Leuke mensen, korte, maar grappige ontmoetingen. Twee levens en één ding, voor even verbonden en daarna zie je elkaar nooit meer.

Of is er nog een manier van weggeven die ik nog over het hoofd heb gezien? Oh ja, wegbrengen naar de Lokatie, de tweedehands winkel hier in Noord. Maar waarom zou ik dat doen, als mensen het ook zelf komen halen?

maandag 27 januari 2020

Ding #40: dit doet pijn. En de dingen die er tussen kwamen


Ze staan al jaren ongebruikt op zolder: drie prachtige gouden schalen die overbleven na een verhalenproject rond de kerst. Zie ook blog #37. Al jaren denk ik dat ik ze binnenkort weer eens nodig ga hebben, maar dat is al vijftien jaar niet zo. Dus toen ik naar het groenste ontbijt van Noord toe ging, gaf ik één schaal aan de organisator. Die vooral moest grinniken en er aanvankelijk helemaal geen doel voor had. Dus zette ik hem maar op een tafeltje in het tuinhuis van de Tolhuistuin. Dat doet dan best even pijn.

De andere dingen die ik weggaf gingen me ook niet allemaal even makkelijk af: die handige ortlieb fietstas bijvoorbeeld, # 39, een enkele, terwijl op mijn fiets een dubbele zit. Maar zo handig toch? Die gaf ik aan een man op de pont, die er echt super blij mee was, dan is het ineens toch weer leuker om weg te geven. #38 gaf ik ook als cadeautje weg, een boek. Dat is in mijn geval makkelijker, want ik heb er zoveel over. 

Maar vervelend genoeg komen de dingen ook net zo hard het huis weer in: 50 leistenen leitjes die we in de soeptuin gaan gebruiken, twee gratis partytenten (idem), twee vriendinnen gaven een boek aan me dat ze zelf geschreven hadden, een nieuwe verfkwast. Het is een beetje als met het aanplanten van bossen: dat lukt wel, alleen worden er nog steeds méér bomen in de wereld omgehakt en afgefikt dan aangeplant. Dus in totaal schiet het niet  erg op.

Die andere twee gouden schalen: verlos me ervan! Gratis af te halen en uiteindelijk bleek de schaal super handig als broodschaal voor grote groepen.


zondag 19 januari 2020

Ding #37 een dingenzoeker ziet overal mogelijkheden

Maar soms heeft zelfs een dingenzoeker het fout.

Dingenzoeker, toen ik voor het eerst in Pippi Langkous las dat je jezelf zo kon noemen, besloot ik meteen om er één te worden. Tot nog toe was ik vergeten dat ik het was, in dit 100 dingen in 100 dagen project, maar toen ik op de zolder van de schuur ging zoeken naar dingen om weg te geven de komende dagen, kwam het spontaan weer boven.

Een dingenzoeker ziet namelijk in een onnuttig oud ding allerlei nieuwe toepassingen. Op zolder staan een doos met kurken en korte stukjes bamboe, daar kan je vast een heel leger bamboemannetjes van maken die het opnemen tegen de kurken. Drie prachtige goudkleurige ronde schalen. En zelfs een gietijzeren kerstboomvoet. Als boswachter van een kerstbomenbos heb ik daar he-le-maal niets aan. Toch staat hij hier. Te laat om te gebruiken in het bos, te lang om te wachten op een volgende kerst, dus neem ik hem mee naar Verhalencafé Gember en Citroenen, waar ik vanmiddag presentator ben. Het thema is 'scheepsverhalen', wat uitnodigt tot allerlei associaties. Het kan een mastvoet zijn, een gewicht zijn waarmee zeebonken krachttraining doen, een anker, ballast onderin de boot, een wapen, een blok aan je been, echt super veel. Ik bied hem aan het eind aan aan iedereen in het publiek die hem wel zou willen, maar de kerst is voorbij, niemand wil hem, zodat hij in het café achterblijft.
Wie weet ziet de kok er een saladeschaal in.

De drie grote goudkleurige schalen heb ik ook overwogen, ze zagen er erg sprookjesachtig uit, maar leken minder voor de hand te liggen in een scheepsverhaal. Ik vond ze bij nader inzien ook iets te mooi om weg te doen, een raar moment van hebberigheid. Ik gebruik ze echt nooit, ze zijn van een oud verhalenproject waarbij ik sjaals uit het zand tevoorschijn haalde, maar ineens vind ik het zonde.

Dat blijkt een gemiste kans te zijn. Nico Prins, onze hoofdgast in het verhalencafé vertelt een verhaal over een Russische luiwammes die de prins van de zee redt. En wat krijgt hij van de koning van de diepste diepzee als beloning? Een gouden schaal, waarmee hij leert van zeewater zout te maken.
Een gietijzeren kerstboomvoet is zelfs met héél veel Pippifantasie niet in een gouden schaal te veranderen. Dat krijg je ervan, als je hebberig bent. Magisch vertelmoment gemist.


zaterdag 18 januari 2020

Ding #36 Ingeblikte geluksmomenten

Gelukkig, het lukte ding 35 op tijd weg te geven, mijn moeder was blij met de pan die ik vanwege de inductie niet meer kon gebruiken.

Gelukkig, gisteren was ik de hele dag op een training van Youfacilitate voor iedereen die dit jaar op Springtij was en ik had al een hele tijd een blikje met geluksquotes klaar staan om weg te geven, die nam ik mee. Zo'n leuk hebbeding waar je nooit iets mee doet, ik niet tenminste. De man die de training gaf, Pepijn, had ons in september uitgedaagd om een Duurzame Belofte te doen. Zijn belofte was deze training geven. Ik kon toen niet zo snel een goede verzinnen, maar deze 100 dagen 100 dingen uitdaging voldoet er helemaal aan. Het blikje was dus voor Pepijn.

Gelukkig, vandaag gaan we uit eten bij een vriend, ik vul de blauwe vaas die ik hem ga geven met een vers bosje bloemen van de markt. Die komen waarschijnlijk wel aangevlogen uit Afrika, maar je kan nou eenmaal niet alles hebben.

Geluk. Maakt het weggeven me al gelukkig, of is de stress van het telkens weer iets nieuws verzinnen nog aan de winnende hand? Het ontrommelen van mijn huis is fijn. Van die rare vazen die je nooit gebruikt, cadeautjes die je niet wilde hebben, boeken die er niet meer bij passen in de boekenkast, te krap zittende kleding. Maar het vinden van een goed doel, een nieuwe bestemming, dat vind ik nog best lastig. Gelukkig leer ik elke keer bij en wordt het bij elk ding iets vanzelfsprekender.


donderdag 16 januari 2020

Ding #35 .. het gaat helemaal mis!

Waar zitten ze, die genen? Vlnr mijn overgrootvader, zijn zoon en neefje, mijn overgrootmoeder met andere oudoom op schoot, mijn oma en daarnaast nog wat familie.
Ergens op deze foto zitten de genen die ervoor verantwoordelijk zijn dat mijn honderd dingen project héél slecht lukt. Ik ging blijmoedig de feestdagen in, nam mij voor vanaf 1 januari echt elke dag één ding weg te geven en niet te smokkelen met af en toe vijf tegelijk, zette een dingendoos in de bijkeuken en... daar bleef het bij.

Ik ben echt véél beter in dingen verzamelen dan in dingen wegdoen. Iets gratis regelen kan ik ook prima. Vandaag nog: twee partytenten voor de soeptuin en het kerstbomenbos. Uit het kerstbomenbos haalde ik een kerstbomenmand en zeker vijf grote kerstbomenpotten. Bij de kweker regelde ik dertig gratis en terugplantbare kerstbomen voor het gat wat was ontstaan doordat mensen hun geadopteerde kerstboom toch - stiekem ? - zelf houden. De oude laarzen die ik weg kon doen blijken nog heel best draagbaar. Bij het grof vuil staat een prima metalen emmertje en twee prachtige transparanten golfplaten. Op de markt koop ik - voor de B&B - twee tweedehands dekbedovertrekken. Zelfs de buurman komt binnen met een glas koffie in de hand en laat het glas na afloop van ons overleg staan. Ik red het niet.

Afgelopen maandag was het volgens deskundigen de meest deprimerende dag van het jaar, de dag waarop de meeste mensen hun goede voornemens overboord zetten en weer gaan roken, drinken en gamen alsof ze nooit iets met zichzelf hadden afgesproken. Ik had ook even die neiging, nadat ik wel zondag een hele schaal dadels had achtergelaten, alleen was die schaal al van de huiseigenaar zelf, ik doneerde alleen de dadels.

Ik kijk ze nog eens nieuwsgierig aan, die ouderwetse mensen op dat familieportret, in die ouderwetse kleren. Welke spullen zouden zij uit Indie hebben meegenomen in die grote hutkoffers? Wat staat daar in hun tijdelijke huis, achter die bakstenen muur? Vast niet heel erg veel, en als dat wel zo is, is het nu weg. Dan zijn ze bijna allemaal verdwenen, die spullen, in de loop van de tijd.

In de keukenkast valt mijn oog op zeven blauwe kopjes, van het blauwe keukenservies. Die gebruiken we nooit, want de oortjes laten los. Eigenlijk zijn ze levensgevaarlijk, maar ze staan zo leuk. Weg ermee. En ook die pannen die op inductie niet handig meer zijn, die enkele fietstas die ik nooit gebruik omdat ik dubbele heb gekocht, het nutella baksetje: het huis uit.

Nu nog iemand vinden die er wel blij mee is. Misschien dat ik toch nog 1x smokkel en het hele krat met onnuttige spullen in één keer naar de Lokatie breng. Of laat ik ze morgen meenemen naar de trainingsdag waar ik heen ga. Wie weet vind ik daar mensen. Morgen...

Ineens bedenk ik me dat ik morgen naar de missing link ga tussen de foto en mijzelf: mijn moeder. Die kookt nog op gas en had gezegd dat ze mijn inductieonvriendelijke pannetje graag wilde hebben.
Langzaam de draad oppikken, dat is waarschijnlijk toch het beste.
Aju ding #35, dag pannetje, daar ga je.

dinsdag 31 december 2019

Ding #34 Vuurwerkschaamte, maar wat dan?

Een spelletje spelen?
Na vliegschaamte en kaasbedenkingen, slaat nu ook de vuurwerkschaamte toe. Want: ik bewaar er zulke warme herinneringen aan. Uit je bed gehaald worden, allemaal grote mensen die rondrennen op de stoep met sigaren om hun vuurwerk af te steken. Moeders die naar champagne ruiken en lippenstift en steeds 'Oooh' roepen. En veel later je eigen kinderen uit bed halen, en nu ze uit huis zijn is het té saai om helemaal niets af te steken. Toch?

Vuurwerk valt namelijk in de categorie dingen die ik wèl mag kopen tijdens deze 100 dagen zonder nieuwe dingen. Want vuurwerk gaat op. Maar het is om allerlei redenen geen goed idee voor de planeet. Ik realiseer me dat ik alleen van deze verslaving af kan komen, als ik iets beters of leukers kan verzinnen. Een nieuw ritueel. Beide dochters vieren oud en nieuw in het buitenland, de oudste nam graag een stapel spelletjes mee (waardoor ik niet alleen ding 34, maar ook 35, 36, 37 en 38 de deur uit had gedaan, eigenlijk) en viert het op de wintersport. De jongste zit in Zuid Amerika en daar vierden we het ooit, toen ze zes was, samen met haar in een bergdorp. Wij bakten voor het hele dorp oliebollen, zij hadden een traditrie om een pop die symbool stond voor ergernissen uit het oude jaar in de fik te steken. Dus ook weer fik en fijnstof.

Vuurwerk verduurzamen, kan dat de oplossing zijn? DuurzaamBedrijfsleven denkt van wel. Maar ik vind dat geen oplossing. Eerder een overgangsregeling. Wat houden we over zonder vuurwerk? Oliebollen, champagne, de nieuwjaarsduik hier in de vijver, een zoen, spelletjes, oudejaarsconference. Allemaal leuk, maar geen spectaculaire knal. Geen grootse overgang van het ene jaar in het andere. Andere vormen van vuur (de oudejaarspoppen of kerstboomvuren) zijn ook niet veel beter. Ik zoek iets met 'Beng' èn spectaculaire lichtkleuren in de donkere nieuwjaarsnacht. 

Ik kijk uit het raam en ineens zie ik het: de torens van Amsterdam. Als je die nou eens allemaal zou aanlichten, en dan via een fijne app mensen in staat kan stellen om met de kleuren te spelen. Ik wil dan graag de Nicolaaskerk flikkerende witte lampjes geven, de Adamtoren een verloop van diepblauw naar dieprood via perzik, de oude kerk gestreept paars en Muziektheater aan het IJ een feest van knalgele lijnen. De kunstenaars van het Amsterdam Lightfestival weten hoe het moet. De stad wil ook van het vuurwerk af, dus er moet geld voor te vinden zijn. Als dat doorgaat beloof ik plechtig geen vuurwerk te kopen volgend jaar.  Als een ware God van het nieuwe jaar zal ik dan om half één de door mij aagevinkte toren de door mij uitgekozen kleur zien krijgen. Ik als schepper van het licht. En 800.000 andere Amsterdammers mogen ook. Volgend jaar.

Dit jaar  nog even deze zak met grondvuurwerk wegwerken, en me een beetje schamen. Maar vooral veel genieten. Gelukkig speelt de ene dochter mijn oude spelletjes en is ze naar de sneeuw gereisd met vier mensen in één auto, de andere zal in Ecuador twaalf druiven eten, voor elke klokslag één. Best verantwoord, allemaal en ook blij. Het kan zonder.

zondag 29 december 2019

Ding #33 een hele wonderlijke kerstkaart. Of bombrief.

Het begint griezelige vormen aan te nemen, dingen de deur uit doen: na de gescheurde koekenpan, krijg ik nu een doorzichtige, lege enveloppe. Ik kán de inhoud niet eens meer weggeven, zoals ik mezelf heb opgedragen, want hij zit er niet meer in. Des te merkwaardiger omdat wij super nonchalant zijn geworden met het sturen van kerstkaarten. We krijgen ze dus ook bijna niet. Tot nog toe drie.

Lange tijd vond ik het leuk om bijzondere kerstkaarten te maken en rond te sturen, wie weet heb je die in het verleden wel eens van mij gekregen. Maar op een dag dacht ik: wat een gedoe. En ook nog eens al dat drukwerk, die bestelbusjes vol post die rondrijden, voor wat eigenlijk? Mijn ouders zijn er zelfs mee gestopt en dat is echt een generatie van tradtiebeesten. Ik houd echt evenveel van jullie allemaal als toen ik nog wel kaarten stuurde, geloof me.

Maar nu die lege, doorzichtige, enveloppe. Volkomen goed geadresseerd en gefrankeerd met een Port Betaald aanduiding van PostNL en daarom dus ook bezorgd, maar de afzender ontbreekt. Met aan één kant een opengesneden opening. Wat zat erin? Een briefje van honderd of een staatslot? Nogal dom om dat in een doorzichtige enveloppe op te sturen. Heeft de posterij me gered van een ramp en een bombrief onklaar gemaakt? Ik ga er dan niet vanuit dat ze daarna de lege enveloppe doodleuk opsturen. Is hier de geest van Kerstmis aan het werk? Vermoedelijk. Wat wil die me vertellen? "Goed bezig, kerstkaarten zijn zo leeg als de inhoud van deze enveloppe." Of zegt de geest: "Raden naar iets wat je niet kan zien is leuker dan het bezitten." Want zo is het wel. Die andere twee kaarten liggen al bij het oud papier, nadat we even hadden gekeken van wie ze kwamen. Eén seconde 'ah wat leuk'. Daarna is alleen het Afval Energie Bedrijf er nog blij mee. Terwijl deze raadselachtige enveloppe mu nu al 24 hr in de ban houdt. Rechtsonderin is een code geprint: 208CC #Y227H7A#61#0506#
Een paar dingen vallen op: CC zijn de letters van onze postcode, 22 is mijn geboortedag, 61 mijn geboortejaar en 0506 het seizoen dat ik als docent Nederlands ben ingevallen op mijn oude middelbare school.

Geloof me: een lege enveloppe is leuker om te krijgen dan een volle. Tenzij het winnende staatslot erin zat, natuurlijk. De vraag is: had ik die dan vóór de trekking weggegeven aan iemand anders? Ik zal het nooit zeker weten