maandag 27 augustus 2018

Goedkoop gereedschap is duurkoop gereedschap


Als je een klusser bent, heb je gereedschap nodig. Goed gereedschap is het halve werk. Moet je het per se allemaal zelf kopen? Natuurlijk niet, het liefst zou ik een buurtschuur hebben, met een gereedschapsbaas die ervoor zorgt dat iedereen die iets gebruikt weet hoe hij ermee om moet gaan en alles repareert dat kapot is. Voorlopig zijn wij die buurtschuur en is Hans die gereedschapsbaas. Want wij klussen buitenproportioneel veel. Hans koopt het liefst nieuw en bij een betrouwbare winkel, zoals Burgers IJzerwaren op de Hagendoornweg. Daar weten ze tenminste wat goed spul is. We kopen ook wel eens wat tweedehands, maar zodra er een snoer aan zit, is dat een risico.

Daarom werk ik graag zonder snoer. In jaar 1 van het kerstbomenbos gaf ik met een water aan een touw bomen water met water uit de sluis. Maar bij 260 bomen op 50 meter lopen van het water, was dat geen optie. Voor het water geven van de kerstbomen afgelopen januari wilde ik een degelijke dompelpomp hebben, die zonder falen snel genoeg water uit de woonboothaven zou opppompen om daarmee de kerstbomen water te geven. Voor wie nu bijna afhaakt omdat hij niet weet wat een dompelpomp is: het is een pomp die je helemaal onder water laat zakken en die dan 10x zo snel water oppompt als een tuinslang. Totaal verantwoord dus om inplaats van 260 x 10 l drinkwater per week, eenmalig zo'n pompje aan te schaffen, leek me. Nou zijn die dingen behoorlijk duur (gereedschapsbaas: "goed gereedschap mag wat kosten") en ik dacht het alleen maar 52x nodig te hebben. Een buurman wilde die wel uitlenen, maar zijn oude, verroeste pomp deed helemaal niets. Dus de verleiding was groot om op internet te zoeken naar een betaalbare. De vreugde was dan ook groot toen ik bij 'Frank' een roestvrijstalen dompelpomp van Eurom in de aanbieding vond. Eurom blijkt een Zeeuws bedrijf, dat klinkt allemaal best degelijk en betrouwbaar. Voor slechts 70 euro, terwijl elders dompelpompen zomaar 300 euro kosten.

Helaas! Na een week of vier begon de pomp kuren te vertonen en na een fikse kortsluiting hield hij er zelfs helemaal mee op. Toendertijd werkte ik bij de Fruittuin van West, waar iemand voor mij wilde kijken of het te repareren was. Fijn: repareren is ook klimaattechnisch beter dan een nieuwe kopen. Hij haalde het hele ding uit elkaar en liet me toen zien wat er mis was: als je inderdaad de pomp onder water laat zakken (en daar is een dompelpomp voor!) kan er water naar binnen lopen langs het snoer. De inlaat van het snoer is allesbehalve 100% waterdicht. Wat een rare constructiefout.

Dus stuurde ik de pomp terug naar Frank. En ik bleef Frank bestoken, zodat ik uiteindelijk in juli (jawel: 5 maanden later) een gloednieuwe pomp kreeg. Helaas precies dezelfde, dus met hetzelfde euvel. Inmiddels had ik heel klimaatvriendelijk en buurtvriendelijk van een bevriende klusser een pomp kunnen lenen, die er nog steeds in hangt. Een tweede kortsluiting wilde ik niet op mijn geweten hebben, en al helemaal niet tijdens de vakantie. Deze week gaat de gereedschapsbaas kijken of het mogelijk is om de inlaat zelf dicht te sealen, met lijm of kit of tape, of een combinatie van die drie. Eurom zal ik een mailtje sturen over het falen van hun product. Die 70 euro ben ik kwijt, er zijn ongetwijfeld een heleboel falende dompelpompen door Eurom de wereld ingestuurd. Allemaal materiaal dat beter bespaard had kunnen worden. Eeuwig zonde...

donderdag 23 augustus 2018

Vieze handen maken



Lekker met je handen in de leem, blubber die plakt aan je vingers. Afgelopen zomer maakte ik van de leem die we uit de vloer van onze hangar haalden een pizzaoven. Het was oven nummer vier, want al doende leert men. De eerste was te klein en te laag, de tweede te plat, de derde was gesmolten in de regen. Inmiddels weet ik dat deze gerecycelde leem niet per se de beste is, maar oven nummer vier konden we zó warm stoken, dat de eveneens gerecycelde glazen oude ovendeur met enorme kracht ontplofte, zodat de stukken glas over het hele terras verespreid raakte. Nu ben ik op zoek naar een tweedhands stalen ovendeur.  Voor de rest ging alles goed. Wie ook een oven wil bouwen: ik geef graag tips.

Nu ik in Engeland ben en toen ik gisteren tijdens een wandeling bij Tablehurst Farm een man bezig zag met de bouw van een huis van stro en leem, ben ik even gestopt om vieze handen te maken. Het is zulk heerlijk bouwmateriaal. Gewoon lekker kliederen. Mocht je = net als ik = nog wat twijfels hebben over toepassing in je eigen huis, hij heeft me helemaal ivertuigt. Hij vertelde me o.a. het volgende: hij werkt met muren die hij eerst opbouwt alsof hij beton gaat gieten, maar ipv beton stampt hij een mengsel van klei en stro in de bekisting. Na het drogen gaat de bekisting eraf, Vervolgens smeert hij het af met het dunne spul uit de emmer op de foto. Als het nat wordt, wordt het zacht, maar evenzo makkelijk is het ook te repareren. De buitenmuren krijgen eerst een laag van dikkere ruwe klei.Vocht, muizen en ratten houdt hij buiten de deur/het stro, door onder het stro een reep vijverfolie te leggen en rondom af te smeren. Het is geniaal spul om leidingen in weg te werken. Hij haalt leem bij en gespecialiserd bouwbedrijf, dus ik ben benieuwd of het ook lukt met mijn Franse vloerleem. 

 Ik had er al eens eerder naar gekeken, maar het in het echt zien is veel aansprekender dan een youtube tutorial. Ik denk dat ik in oktober maar een ga beginnen met het leemstucen van de 'salon' in ons Franse huis. Zonder naar de bouwmarkt te gaan. Eigenlijk is het terug naar de common sense van de tijd dat er nog geen aanhangwagens en bouwmarkten waren en de mensen hun bouwmaterialen zoveel mogelijk uit hun directe omgeving haalden. Zonder vieze klimaathanden, maar met véél modder. Nog een belangrijk voordeel: waar cement en kalk het vel van je vingers vreten, zodat ik altijd met dikke plastic handschoenen werk, geeft leem juist je blote handen een kleimaskertje. Perfect.


donderdag 16 augustus 2018

Op vakantie met zo'n tas vol kleine flesjes


Ook aan het inpakken? Nog even snel naar de Etos voor zo'n handvol miniflesjes lotion, douchegel, shampoo, conditioner, handcrème?
Ik wel en ik niet. Ik ben aan het inpakken, maar ik hoef niet naar de Etos, want ik heb al een doos vol. Ik ben zo iemand die altijd uit hotels de halflege flesjes meeneemt, monsters accepteert en ik stop die allemaal in een plastic doos waar ik ze uit haal als ik ze nodig heb. Best slim. Of niet?

Ik doe wel mee aan het systeem, die monsters en hotelflesjes worden wel gemaakt, zolang ik ze blijf gebruiken. Oké, ik gooi niets onnodig weg, dat is de winst. Maar ik zou ze ook kunnen weigeren en gewoon mijn eigen zeepje in een doosje meenemen. Eén shampootablet, en één lijftablet en één hergebruikflesje met lotion. Deodorant en tandpasta zijn klein genoeg, nagelschaartje, vijl en kam: klaar ben ik. Geen onnodige kleine flesje geproduceerd.

Of toch zonnebrand, zo'n klein flesje? En prikweg, omdat ik ga kamperen, en van die teenschimmelcrème omdat ik ga douchen in een douche waar vast ook teenschimmelmensen komen. Dus toch even naar de Etos, morgen op het station. Of kan dat allemaal ook met azijn en baksoda uit de keuken van Emerson college?

Vakantiespullen... ik ben gelukkig niet meer gehecht aan mijn kleine flesjes, zonder kom ik ook wel in de vakantiesfeer. Maar het is zo lekker makkelijk en die blauwe doos staat er toch.


woensdag 15 augustus 2018

Bouwmaterialen: spullen die moeten. Of niet?


Toen ik bedacht in welke catergorieën ik naar mijn gebruik van spullen kon kijken, kwam ik voor de zomermaanden vanzelf op 'bouwmaterialen'. Wij bouwen namelijk al twaalf jaar aan ons Franse zomerhuis. In 2006 gekocht als niet veel meer dan een ruïne, inmiddels bewoonbaar verklaard maar ook nog lang niet af. Nooit af, denk ik, we vinden het namelijk leuk om te blijven bouwen. Het huis is volledig ingericht met krijgertjes, spullen van marktplaats en de lokale rommelmarkten en zelfgebouwde tafels en banken. Zelfs de wc-pot kregen we van vrienden.

Maar ook haalden we elk jaar karrevrachten vol bouwmaterialen naar ons huis, bouwen = spullen kopen. Zakken vol kalk en cement, een vrachtwagen van dat geelwitte Franse splitgrint om een halfverhard terras mee te maken, een enorme betonnen sceptic tank, een boilervat en plastic buizen voor wateraanvoer en -afvoer, andere plastic buizen voor electra en twee nieuwe stoppenkasten, met in die buizen rollen met plastic bekleed koperdraad, bussen vol verf, en de vooraad kwasten, troffels, emmers, beitels, boren, schuur- en zaagmachines groeide mee. En liters xylophene, een naar gif dat de houtworm bestrijdt en voorkomt. Hoe pak je dat klimaatvriendelijk aan? We deden wat we konden, maar het blijft maar doorgaan en het klimaatvriendelijke cement hebben we in de Franse bouwmarkten nog steeds niet gevonden, een alternatief voor xylophene evenmin.

Het meeste deden we zelf, àls we het zelf niet konden en de aannemer moest komen, dan ging het vaak om enorm veel materiaal: een paar honderd vierkante meter aan dakpannen, waarvan een groot deel van glas, een enorme nokbalk, en andere balken om het nieuwe dak te dragen, hij spoot op allerlei plekken mortel in muurspleten en een half ingestorte kelder, met als voorlopig piece de resistance de voorgevel: deze winter geheel opnieuw bepleisterd, na ruim 150 jaar. Daarbij vergeleken valt het dubben over het juiste merk vuilniszakken in het niet.

Het helpt dat we er de tijd voor kunnen nemen. Want we willen allebei het liefst zoveel mogelijk werken met duurzaam bouwmateriaal en dat vraagt veel uitzoektijd. Het was ook vaak strijd: ik wilde alles bewaren omdat je nooit weet wanneer je het weer kunt gebruiken, Hans gooit het liever weg omdat het anders maar in de weg ligt. Ook let hij er meer dan ik op of het wel stevig genoeg is. Daarom is het extra leuk dat we nu eindelijk, na twaalf jaar, een zomervakantie hadden waarbij we héél veel geklust hebben en nauwelijks iets gekocht hebben bij de bouwmarkt. Mijn voorraden 'rommel' kwamen goed van pas.

Wat we deden met de ervaring van elf jaar bouwen, zo klimaatoptimaal als we konden:
- Jaren geleden vonden we al in het bos niet ver bij ons vandaan een openlucht zagerij, die van lokaal hout alle balken en planken zaagt die je maar wil hebben. De eigenaar noemen we Obelix, omdat hij enorm is, lang haar met twee vlechtjes voorin heeft en omdat hij net als Obelix heel leuk en aardig is. Hij zaagde drie jaar geleden al het vloerhout voor het plafond van de salon, dit jaar lukte het eindelijk dat plafond af te maken.


- Obelix leverde ook hout voor de gevel van onze foeilelijke metalen hangar, waar we eindelijk iets mooiers van gaan maken zonder de oude hangar af te breken. De verf voor het hout namen we mee uit Nederland, na lang zoeken vond in ik Groningen een bedrijfje dat 'ecoleum' maakt, waar we 10 liter van nodig hadden. De stenen die we nodig hadden om de enorme tweedehands deuren op te laten rusten kwamen uit een verbouwd huis verderop in onze straat. Een geel  nesquickvat met spijkers kochten we voor een euro op een rommelmarkt. Genoeg om zeker de helft van de planken vast te spijkeren.
- We sparen al jaren oude ramen en deuren, dit jaar gebruikten we een paar ervan om de twee openingen in de salon dicht te maken. Van oude dakspanten maakte Hans zelf kozijnhout, met hulp van al zijn apparaten. Oude scharnieren erin en het werkt.
- We metselden ook eindelijk de ingang van de salon op. Daar kochten we één zak kalk voor, stenen verzamelen we al jaren op een bergje in de tuin. Geen baksteen, alles wordt in deze streek gebouwd van lokale natuurstenen, oude stenen van het ene huis worden opnieuw gebruikt in het volgende.
- Een vriend en zijn zoon bouwden van restjes acaciahout een prachtig platformpje aan de rivier, de tafelpoot is een dikke dode afgezaagde boomstomp die er al stond.
- We kochten na twaalf jaar licht van olielampjes op tweedehandsmarkten prachtige oude industriele lampen en hingen eindelijkook de twee grote groene lampen op die we elf jaar geleden vonden in  de troep die de vorige generaties in ons huis hadden achtergelaten. Daarvoor kochten we wel nieuwe porceleinen fittingen. En ook een hotelschakelaar, met een zendertje, zonder draad dus.
- We repareerden de lemen pizzaoven (leem uit de vloer van onze hooischuur), aten veel pizza en we kwamen erachter dat de glazen ovendeurtjes die we bewaard hadden niet sterk genoeg zijn voor zo'n oven: na twee explosies en een hoop glasscherven hebben we het tijdelijk afgelsoten met een stuk blik, volgend jaar gaan we iets beters maken, van leem en kippengaas. Of misschien vinden we er één van gietijzer.


- We verfden muren wit met zelf aangelengde ouderwetse witkalk, en daarmee verfden we ook per ongeluk een beetje op onszelf, zeker toen het vijf jaar oude overbuurmannetje kwam helpen. Maar dat geeft niet, want je spoelt het er met water gewoon weer af.
- We verfden deuren en nieuw plafond met oude resten verf die nog in de kelder stonden, met goed schoongemaakte kwasten, die we na afloop ook weer schoonmaken, één werd te hard werd om nog eens te gebruiken. En we verfden ook eindelijk de naam op de gevel met donkerrode buitenbeits, die ik alweer jaren terug uit een aanbiedingbak had meegenomen.
- Wel gif op het hout, niet op het terras: we laten dat achter met grote zeilen erop om onkruid het licht te ontnemen.

We hadden een geweldige bouwploeg, vele handen maken licht werk. Niemand hoefde te klussen, maar bijna iedereen die langskwam kreeg op een gegeven moment toch de kriebels. Of deed inkopen voor het avondeten, of raapte pruimen van het gras voor in de jam, wat ook super fijn is, want nu hebben we 20 potten pruimenjam